Broen won dinsdag 19 mei de prijs ‘Person of the Year’ tijdens de World Hydrogen Summit in Rotterdam.
Gefeliciteerd! Heb je deze erkenning voor je werk vooral te danken aan de elektrolyser bij de tulpenteler in Andijk, waar we elkaar eerder over spraken?
“Dankjewel. Ja, ik denk vooral daarom. Een solid-oxide elektrolyser van 1 MW op een boerderij is wereldwijd uniek. Daarnaast ontwikkelde ik voor Jong NWBA - de Nederlandse Waterstof en Brandstofcel Associatie - een landelijke strategie om jongeren te betrekken bij de waterstoftransitie. Elke jonge generatie heeft de behoefte om iets te hebben dat echt bij die generatie hoort. Dat willen wij bereiken met de waterstoftransitie. Bovendien ben ik mede genomineerd vanwege mijn eigen onderneming Hydrogen Bridgebuilders. Die onderneming heb ik net pas opgericht en daarmee wil ik ecosystemen met elkaar verbinden, om te zorgen voor minder eilandjes in de waterstoftransitie.”
Hoe raakte jij zelf geïnteresseerd in waterstof?
“Naast de bachelor Technische Bedrijfskunde benaderde ik, als bijbaantje voor Vandebron, mensen op straat om een groen energiecontract af te sluiten. Mensen die er zelf al echt mee bezig waren, zeiden soms dat zonnepanelen leuk waren, maar dat de echte toekomst in waterstof zat. Toen ik me daar als 21-jarige in ging verdiepen, bleek dat inderdaad best tof te zijn: brandstof zonder emissie.
Later gaf ik voor mijn afstudeeronderzoek bij Groningen Airport Eelde advies over de verduurzaming van de terminal op het vliegveld van Groningen. Daar was waterstof ook één van de opties, maar ik gaf wel aan dat daar betere alternatieve voor waren. Voor het verwarmen van gebouwen is het
energie-efficiënter om eerst te gaan elektrificeren. Omdat ik nog specialistische kennis miste, volgde ik de European Master Sustainable Energy System Management. Daarbij deed ik voor mijn scriptie onderzoek in Australië naar waterstofproductie op boerderijen.”
Waarom zijn boerderijen speciaal geschikt voor waterstofproductie?
“Veel boerderijen hebben windturbines of zonnepanelen, maar ze verdienen die investeringen nog maar heel langzaam terug door hele lage of zelfs negatieve stroomprijzen. Als je die energie gaat omzetten in waterstof, creëer je wel weer een hoge meerwaarde. Er is namelijk veel schaarste in groene waterstof.”
Is jouw vertrouwen in waterstof toe- of afgenomen?
“Ik ben niet echt veranderd in mijn standpunt. Kritiek op waterstof komt vaak van mensen die daar zelf niet echt met bezig zijn. Mensen die er echt in zitten, zijn best optimistisch. Wat je vaak ziet bij innovaties is de innovatiecurve. Over iets nieuws is eerst veel enthousiasme. Het optimisme ligt dan veel hoger dan wat er ooit gerealiseerd kan worden. Dan komt de realisatie en volgt pessimisme. De verwachtingen dalen eerst flink en krabbelen daarna weer op, maar nooit meer tot het oorspronkelijke niveau. Dan stabiliseren de verwachtingen en wordt de innovatie goed geïmplementeerd. De waterstofsector heeft de afgelopen jaren in dat dal gezeten. We zitten nu weer een beetje in de lift. Ik ben ervan overtuigd dat waterstof een heel cruciaal component wordt in ons energiesysteem.”
Vooral op plekken met een hoge energievraag?
“Ja, of op plekken met veel overschot. Dat zijn dus boerderijen, maar ook energieparken met wind, zon, of waterkracht. Die wekken op sommige momenten meer op dan de omgeving kan opnemen. Dan is het heel goedkoop om groene waterstof te produceren. Momenteel komen waterstofprojecten vooral van de grond op decentrale plekken. Grotere projecten lopen vertraging op of worden gecanceld. Daar zijn de kosten voor de benodigde stroom en infrastructuur relatief groter dan voor kleinere projecten. Voor decentrale projecten is de businesscase wel rond te krijgen, maar voorlopig nog wel alleen met subsidies. Dit type projecten biedt een mooi startschot voor grootschalige waterstofproductie en importketens, die nodig zijn om aan de toekomstige grote volumes te voldoen.”
Komt dat omdat de apparatuur en infrastructuur duur is?
“Elektrolysers en zeker compressors zijn nog heel duur. De levensduur is ook nog niet optimaal. Net als bij zon en wind dertig jaar geleden is er subsidie nodig; de technologie staat nog in de kinderschoenen. Maar er worden nu grote stappen gezet. Elektrolysers zijn ook steeds goedkoper in het onderhoud, dus dan kan de investering weer omhoog.”
Denk je dat Europa zijn eigen waterstof kan gaan produceren?
“Juridisch en geologisch zijn er veel beperkingen. Niet overal in Europa kun je goedkoop waterstof produceren. Dat kan wel in landen met veel wind, zoals in Scandinavië. Of in landen met veel zon, zoals Spanje, Italië en Portugal. Maar dat is niet genoeg voor de vraag in heel Europa. De grotere
waterstofverbruikers, zoals de chemische industrie, zitten vooral in Duitsland en Nederland. Als die allemaal groene waterstof gaan gebruiken, is het de vraag of we dat tegen concurrerende prijzen volledig binnen Europa kunnen produceren. In bijvoorbeeld Oman, Saoedi-Arabië of Chili heb je zoveel zonuren dat je er best goedkoop continu waterstof kunt produceren. Dan is de vraag dus: willen we zoveel mogelijk zelf gaan produceren, ook als dat duurder is? Of maak je je afhankelijk van goedkopere productie in het buitenland?”

Wat vind jij?
“Ik zou er zelf voor pleiten om zoveel mogelijk in Europa te doen. De recente ontwikkelingen zijn de zoveelste waarschuwing. Te afhankelijk worden van landen buiten Europa is gewoon risicovol. Dan moeten we wel zoveel mogelijk recycling stimuleren, want je hebt ook nog zeldzame aardmetalen nodig. In Europa hebben we al best veel materialen in omloop in onze samenleving. Als je die gaat recyclen, kun je ze inzetten voor de fabricage van componenten die je nodig hebt voor de energietransitie. Als we er eerst voor zorgen dat we de beschikbare grondstoffen en materialen in Europa optimaal benutten, kunnen we na twintig of dertig jaar altijd nog buiten Europa gaan kijken.”
Heb je die zeldzame aardmetalen nodig voor waterstofapparatuur?
“Met de huidige technologieën wel, en natuurlijk ook voor windturbines en zonnepanelen. Maar er zijn ook ontwikkelingen om elektrolysers circulair te maken. Daar hebben we in Nederland een programma voor binnen de Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI). De Nederlandse fabrikant XINTC is daar best ver in. Zij ontwikkelden een elektrolyser van voornamelijk plastic, zonder zeldzame aardmetalen. Er zijn ook andere Europese voorbeelden, zoals Dynelectro.”
Kan de import van groene waterstof helpen om de markt sneller op gang te brengen?
“De Europese Commissie heeft een leningstelsel, de European Hydrogen Bank, voor de beste waterstofprojecten van Europa. In Spanje en Portugal zijn al projecten van meer dan 300 MW. Ik zou eerst die projecten zoveel mogelijk willen stimuleren en een corridor opzetten naar Nederland en Duitsland. Je zou zelfs elektrolysers kunnen neerzetten bij kerncentrales in Frankrijk. Dan kun je roze waterstof produceren, dat kan ook best goedkoop zijn. Zo kun je waterstof best van de grond krijgen.”
Zie jij veel kansen voor waterstof waar dat nu nog niet wordt gebruikt?
“In de industrie wordt nog lang niet overal waterstof gebruikt. Neem de staalindustrie, daar zie ik goede toepassingen voor waterstof vanwege de hoge temperaturen. Maar ook in de mobiliteit. Niet voor personenauto’s, maar wel voor vrachtwagens, graafmachines en bulldozers. Eigenlijk alles waar je een groot vermogen nodig hebt voor langere tijd. Dat wordt steeds lastiger met batterijen. Een graafmachine die 20 uur per dag bezig is, kun je bijvoorbeeld niet tussendoor laden. Ook in de middelgrote tot grote luchtvaart biedt waterstof kansen, omdat batterijen te zwaar zijn. Dit kan via gasvormige of vloeibare waterstof. Of als waterstofdrager via e-SAF. De scheepvaart moet ook lange afstanden afleggen. Zij kijken naar vloeibare waterstof, methanol of ammonia. Als je de emissies over de hele keten wilt reduceren, moet je daar ook groene waterstof voor hebben.”
Zijn er eigenlijk al afnemers in beeld voor de elektrolyser bij de tulpenboer in Andijk?
“Er zijn gesprekken met mogelijke afnemers. Er is veel interesse vanuit waterstofaggregaten, bijvoorbeeld op festivals en bouwplaatsen. Dat horen we ook van brandstofleverancier Avia Marees in de kop van Noord-Holland. Afhankelijk van wat afnemers willen, kunnen zij waterstof uit Andijk transporteren in een tube trailer of in gascylinders. Wat het precies gaat worden, weten we in elk geval in oktober, want dan komt de elektrolyser. Met de huidige brandstofprijzen wordt waterstof rijden in elk geval steeds aantrekkelijker. Helemaal als je dat combineert met subsidie. Dan kan het met waterstof ineens heel hard gaan.”
















