Broedplaatsen van aanstormend talent, de zogenoemde accelerators, die investeerders en jonge tech-avonturiers bij elkaar brengen, lijken hun beste tijd gehad te hebben.
YES!Delft is één van de bekendste. De organisatie is gevestigd in Delft, Rotterdam en Den Haag en is eigendom van de private takken van de universiteiten van Delft en Rotterdam en de gemeente Delft. De afgelopen twintig jaar leverde deze broedplaats tal van interessante energiestartups af, waarvan een groot deel, zo eerlijk moeten we zijn, het na lang ploeteren niet gehaald heeft.
Failliete startups
Denk aan de faillissementen van Physee, dat energieleverende ramen maakte en hyperloop-ontwikkelaar Hardt, of neem het kwakkelende Solar Monkey, dat onlangs de vlucht naar voren koos door met een stevige financiële injectie van investeerders te fuseren met het Zwitserse Eturnity.
YES!Delft zelf zou ook wel eens ten onder kunnen gaan. Het bedrijf kreeg de afgelopen jaren al tonnen op de rekening gestort door een van de aandeelhouders en kreeg voor 2025 en 2026 een half miljoen subsidie van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag die “YES!Delft in staat [stelt] om alternatieve financiering te onderzoeken”. Geen goed teken.
Zeker niet als je bedenkt dat concullega Startup Bootcamp ook al kopje onder ging. In november werden de twee Nederlandse dochterondernemingen A-ccelerator B.V. en Innoleaps B.V. van de grote accelerator failliet verklaard.
Truc gekopieerd
Je zou kunnen zeggen dat dergelijke broedplaatsen aan hun eigen succes ten onder gaan. Het lean en mean managen van kleine bedrijven, ze leren omgaan met wat de maatschappij van ze vraagt, in plaats van louter op de techniek te focussen: het is een trucje dat iedereen op een gegeven moment wel snapt.
Oud-medewerkers nemen het mee naar een nieuwe werkgever en implementeren het daar, binnen de muren van het eigen bedrijf. Kijk bijvoorbeeld naar interne broedplaats zoals het Unica Innovation Center. Conclusie: de accelerator an sich was een hype. Het gedachtegoed is gebleven, maar geïncorporeerd in bedrijfsculturen zelf.
AI is niet meer zo veelbelovend?
Als je de vraag (‘Gaat het goed met de financiering van startups in de energiesector’) aanvliegt vanuit de investeerders, dan is het beeld gemengd. Het is duidelijk dat harde energietechniek het in eerste instantie aflegt tegen de snelle winsten die bijvoorbeeld AI beloven. En daarom daalde het bedrag dat cleantech bedrijven ophaalden wereldwijd de afgelopen jaren.
Maar ineens was er dan weer een stijging, blijkt uit het recente rapport Energy Transition Investment Trends van Bloomberg NEF. Klimaattechnologiebedrijven haalden in 2025 wereldwijd 77,3 miljard dollar aan private en publieke investeringen op. Dit is een stijging van 53% ten opzichte van het voorgaande jaar – daar kunnen natuurlijk enkele grote (Chinese) deals in zitten die het beeld vertekenen.
Desalniettemin lijkt het tij gekeerd. Wellicht dat investeerders voorlopig even klaar zijn met de AI-boom en weer vertrouwen krijgen in de onvermijdelijke energietransitie. Okay, in Europa zijn investeerder nog steeds niet zo scheutig met geld als in Amerika, maar dat waren we gewend. En wellicht dat door de recente shift naar fossiel in de VS de ogen van de investeerders wat meer op ons gericht zullen zijn.
Carrière in de energietransitie
Op ENTRA spraken we onder meer Steven Meersman, oprichter van het Britse Zenobe - een heuse unicorn. Wellicht dat hij de kansen voor energiestartups nog wel het best verwoordde. Ronkende persberichten die over miljoeneninvesteringen reppen zeggen nog weinig, stelt hij. Veel van deze bedrijven “zijn zombiebedrijven geworden. Ze waren vooral goed in kapitaal ophalen, maar niet in klanten ondersteunen en zelf geldstromen genereren.”
Maar als je het goed aanpakt, dan kan je als startup echt ver komen, meent hij. “In heel Europa is nog maar 3 procent van het zwaar vervoer geëlektrificeerd. Wat betreft netcongestie zit er veel ruimte tussen de piekbelasting en de gemiddelde belasting. Daar kun je met software dus leuke dingen mee doen. Ik zou iedereen aanraden om de energiesector te zien als carrière-pad.”














