Dit weet je na het lezen:
- Welke rol GOPACS speelt bij het bestrijden van netcongestie.
- Hoe Congestion Service Providers (CSP’s) een rol krijgen in de energiemarkt.
- Hoe geaggregeerde volumes van laadpalen, thuisbatterijen en warmtepompen netcongestie helpen bestrijden.
- Hoe congestiecontracten worden gestapeld, waardoor congestie efficiënter bestreden kan worden.
- Hoe capaciteitssturende contracten via openbare tenders (‘GOPACS Auctions’) op de markt komen.
- Waarom consumenten met een dynamisch energiecontract volgens GOPACS makkelijker mee kunnen doen aan flexibel energiegebruik.
Lang was netcongestie vooral een papieren probleem. Netbeheerders wisten jaren van tevoren al hoeveel capaciteit ze in een technisch netgebied te vergeven hadden en behandelden nieuwe aanvragen op volgorde van binnenkomst. “Stel dat je als netbeheerder in je gebied 100 MW aan aansluitingen kon bieden. Dan kwamen de aanvragen binnen en bij honderd zat je vol, ook als de bouw van woningen en bedrijven pas jaren later zou plaatsvinden,” vertelt Ranko Stojakovic, directeur van GOPACS, het netcongestieplatform van de Nederlandse netbeheerders.
Hij vervolgt: “Nieuwe aanvragen konden niet meer worden gehonoreerd en kwamen op de wachtlijst, omdat die op den duur het net teveel zouden belasten. Ook al was er op het moment van aanvragen op het fysieke net nog ruimte genoeg. Die papieren congestie is de afgelopen jaren echte fysieke netcongestie geworden, waarbij de grenzen van het net daadwerkelijk bereikt werden. Om hier een beeld bij te krijgen: de afgelopen acht maanden is er bijvoorbeeld al meer dan 100 GWh afgeroepen via CSC-afroepen.”
Netcongestie alleen samen aan te pakken
Grid Operators Platform for Ancillary Services (GOPACS) komt voort uit het besef dat netcongestie een steeds nijpender probleem wordt. “Het idee van dit platform ontstond rond 2018. Hoogspanningsnetbeheerder TenneT en de regionale netbeheerder Stedin bedachten dat het voor het systeem beter zou zijn om netcongestie proactief te benaderen en niet pas te reageren als zich werkelijk problemen voor zouden doen.”
Ook wilden ze het vooral samen doen, zodat netbeheerders bij hun streven netcongestie aan te pakken geen problemen zouden veroorzaken in het netgebied van andere netbeheerders. Dit begon met een pilot, maar in 2021 stapten de andere netbeheerders ook als aandeelhouder in. Daarmee ging GOPACS in 2022 daadwerkelijk van start. Stojakovic vormt nu met Mike ten Wolde het tweekoppige bestuur, waarbij ze gezamenlijk sturen op een landelijk dekkend, gereguleerd en onafhankelijk platform voor zowel de landelijke als regionale netten.
Inmiddels is GOPACS betrokken bij de ontwikkeling van verscheidene congestieproducten, zoals het capaciteitssturend contract (CSC). In 2019 begon het platform met de zogeheten redispatchmarkt. Van alle congestieproducten die er nu zijn, is dit waarschijnlijk wel het meest tot de verbeelding sprekende. Het betreft handel op de intraday-markt, dus de dag zelf. Bedrijven kunnen voor een bepaald deel van de dag een bepaalde hoeveelheid flex aanbieden op één van de aangesloten handelsplatformen (nu ETPA en EPEX, later dit jaar ook Nord Pool en het TenneT-kanaal ROP of RESIN). Daarbij kiezen ze hun eigen prijs. Heeft de systeembeheerder op dat moment daadwerkelijk dat flexibele vermogen nodig en is hij bereid de gevraagde prijs te betalen, dan wordt die flex ook ingezet.
Geografisch gebonden
Maar nou komt het: anders dan bij de reguliere energiemarkt is redispatch gebonden aan een specifiek technisch netgebied waarin op dat moment congestie is. Om te voorkomen dat een ingreep in het ene gebied het bredere elektriciteitssysteem uit balans brengt, wordt elke actie gespiegeld door een tegengestelde actie elders in het net. Wordt in gebied A gedurende een uur 1 MW afgeschakeld, dan moet in gebied B in datzelfde uur 1 MW worden bijgeschakeld. Zo ontstaat lokaal ruimte, zonder dat de balans van het totale systeem wordt verstoord.
Het is een charmant systeem, dat in de beginjaren ook behoorlijk wat congestie wegnam. Vooral veel tuinders maakten er gebruik van, want met hun WKK’s waren ze superflexibel. Maar de volumes blijven momenteel achter, geeft Stojakovic aan. “Met redispatch los je netcongestie via marktwerking op en is het dus in principe de meest ideale, efficiënte manier.”

BritNed-kabel
Hij ziet daarvoor een aantal oorzaken. Allereerst de afgenomen volumes. “Toen we net startten, kwam het grootste deel van de vraag van TenneT en kwam de flexibiliteit grotendeels van de BritNed-kabel naar Engeland. Maar TenneT liet daarna weer een groter deel van hun gevraagde volume lopen via hun al bestaande platform RESIN. Het goede nieuws is dat dit volume weer terugkomt, want we hebben afgesproken dat de volumes van RESIN naar GOPACS worden overgeheveld.”
Twee andere oorzaken zitten aan de vraagkant, terwijl een vierde aan de aanbodkant zit. Om te beginnen aan de vraagkant. Eerst zijn er de netbeheerders, die van nature geneigd zijn risico’s te mijden om daarmee het net in de lucht te houden, zegt Stojakovic. “Je ziet het bij de papieren netcongestie: netbeheerders hebben jaren van tevoren het net al op slot gezet, terwijl er misschien nog best wel wat mogelijk was.”
Risico's anders inschatten
Dit vroeg om een andere manier van het kijken naar risico’s. Het is logisch dat het zo ging, want het bewaken van de kwaliteit en de betrouwbaarheid van het net is een hoofdtaak en “dus hanteren ze het adagium ‘better safe than sorry’”, zegt Stojakovic. Voor regionale netbeheerders is het als publieke partij wettelijk verboden om rollen op zich te nemen die ook door marktpartijen kunnen worden uitgevoerd, en dus voelen ze zich hier ook niet helemaal senang. Bij TenneT is die vrees er wat minder, omdat de hoogspanningsnetbeheerder al jaren actief is in de onbalansmarkten.
Die denkwijze leidt er volgens Stojakovic toe dat netbeheerders liever grijpen naar de zekerheid van day-ahead-afroepen van gecontracteerd volume van de capaciteitssturende contracten, dan naar het wat onzekere redispatch op de dag zelf. “Maar je ziet dat netbeheerders hier steeds scherper aan de wind zijn gaan zeilen. En dat is positief.”
Stapelen
Wat ze bijvoorbeeld doen, zegt hij, is het stapelen van verschillende opties. “Stel dat je een dag tevoren vermoedt dat je 20 tot 30 MW aan flex nodig hebt, dan kun je uit veiligheidsoverwegingen die volledige 30 MW op de day-ahead contracteren. Maar je kunt ook zeggen: ik koop 20 MW via een CSC op de day-ahead, en laat de rest afhangen van wat er op die dag nodig is en dat op de intraday doen via redispatch.”
Als dan blijkt dat je maar 6 MW nodig hebt, dan heb je dus 4 MW ‘winst’. “Mocht het onverhoopt tegenvallen en mocht er meer vermogen nodig zijn dan redispatch kan leveren of voor een te hoge prijs, dan kun je ervoor kiezen om het net anders te schakelen of de trafo heel even extra te belasten.”
Congestion Service Providers
Een andere oorzaak aan de vraagkant zit bij de wat onzekere rol van de Congestion Service Providers (CSP’s). Dat zijn bedrijven die - verplicht - als tussenpartij fungeren tussen de aanbieders van flex en de netbeheerders. Het is helemaal niet zo moeilijk om erkend te worden als CSP, zegt Stojakovic. Dat zal een reden zijn dat er inmiddels al meer dan 120 bedrijven als CSP in het CSP-register staan. “Maar toch is een flink deel nog niet actief op ons platform.”
Een van de grootste problemen die CSP’s ervaren, is dat ze toestemming moeten hebben van de balansverantwoordelijke partij (BRP). Deze heeft de verantwoordelijkheid voor het in balans houden van zijn eigen energieportfolio. In veel gevallen is de energieleverancier tegelijk ook BRP. Stojakovic:
“BRP’s zijn soms huiverig voor CSP’s, omdat ze het gevoel hebben dat een CSP ingrijpt in hun portfolio en zij daar later door TenneT op worden aangesproken.” Volgens hem moet dit probleem binnenkort zijn opgelost. “We hebben hierover een sectorafspraak gemaakt: als de BRP aan TenneT meldt dat de CSP volume uit het portfolio heeft ingezet voor redispatch, dan weet TenneT dat het portfolio daardoor niet uit balans is geraakt. De BRP wordt daar dan dus niet op afgerekend. Een mooie oplossing voor alle partijen.”

Terughoudend
Partijen moeten elkaar kortom nog leren kennen. Bij de BRP’s is er over het algemeen wat terughoudendheid te bespeuren, zegt Stojakovic. “In de kern gaat het erom dat BSP’s de ‘new kid on the block’ zijn die net wat anders naar de markt kijken. Toch moeten de partijen er wel samen uit zien te komen.” Er lopen momenteel diverse trajecten waarin de verschillende partijen samen tot een duidelijke rolverdeling komen. Uiteraard kunnen CSP’s ook zelf BRP worden. Maar om hiervoor erkend te worden, moet je als bedrijf aan veel strengere voorwaarden voldoen dan voor een erkenning als CSP. “Dat is niet makkelijk voor de gemiddelde CSP.”
Ergens vindt Stojakovic het jammer dat CSP’s nu nog niet volledig mee kunnen doen via redispatch, omdat dit vaak kleine bedrijven zijn, en daardoor erg klantgericht. “Ondernemers vinden het heerlijk dat ze met één telefoontje meteen worden geholpen.”
Geaggregeerd aanbieden
Een laatste oorzaak zit aan de aanbodkant. Regionale netbeheerders ervaren netcongestie vaak in de lagere netten, waar het gaat om veel aansluitingen met kleine vermogens. Dat zijn bijvoorbeeld woonwijken waar laadpalen, warmtepompen en batterijen staan. Deze kunnen allemaal flexibiliteit bieden, maar daarvoor moeten ze wel geaggregeerd worden aangeboden. GOPACS hanteert immers een grens van 100 kW.
In Flevoland, Utrecht en Gelderland loopt nu echter het programma NL Flex, waarbij aggregators - ook een marktrol in het energiesysteem - wel gecombineerd flexibel vermogen kunnen aanbieden. Partijen die eraan meedoen zijn onder meer de dynamische energieleveranciers Frank Energie en Zonneplan, maar ook grotere energiebedrijven als Eneco en Vattenfall. Stojakovic ziet dit helemaal zitten. “Deze volumes zijn de volgende stap in meer ruimte maken op het net.”
Dynamische contracten
Dat is ook een reden dat Stojakovic zo blij is dat de salderingsregeling bijna ten einde is. Hij verwacht dat daardoor een groter deel van de consumenten voor een dynamisch energiecontract zal kiezen. “Dit zijn allemaal mensen die heel bewust bezig zijn met hun energie. Zij hebben al zonnepanelen, maar ook een laadpaal of een thuisbatterij. Bovendien hebben zij mentaal de knop al omgezet, waardoor ze veel makkelijker in beweging komen en dus goed te porren zijn voor een project als NL Flex.”
Wat heeft de toekomst nog voor ons in petto? Stojakovic en Ten Wolde staan eind deze maand beiden op het podium van het congres FLEXCON, deze keer in Antwerpen. Daar zullen ze het onder meer hebben over de verhoudingen tussen BRP’s en BSP’s. “Verder gaan we in op het stapelen van producten: een ontwikkeling die nieuwe kansen biedt voor congestiemanagement, maar tegelijk vraagt om scherpe keuzes. Want waar producten elkaar kunnen versterken, kunnen ze elkaar ook in de weg zitten. Daar moeten we slim in zijn.”
Lessen uit het Verenigd Koninkrijk
GOPACS blijft doorontwikkelen, zegt Stojakovic. “GOPACS kijkt daarbij nadrukkelijk naar het Verenigd Koninkrijk, waar verschillende flexibiliteitsproducten al vaker via biedmarkten worden georganiseerd. Ook in Nederland zet het platform stappen in die richting. Zo werkt GOPACS inmiddels met raamcontracten met CSP’s: afspraken waarbij assets in elk netgebied en bij elke systeembeheerder onder dezelfde voorwaarden kunnen worden ingezet. “Dan hoeven we niet meer voor elk zonnepark apart langs bij die CSP”, zegt Stojakovic. “Het is dan vooraf duidelijk: als wij één van jullie zonneparken afroepen, gebeurt dat steeds onder dezelfde voorwaarden en vergoedingen. Dat is een ontwikkeling die alle partijen verder brengt en daar is Nederland bij gebaat.”
Hoewel GOPACS al ruim twee jaar met raamcontracten werkt, zit de echte vernieuwing in de volgende stap: het transparant aanbieden van capaciteitssturende contracten via de markt. Waar CSC’s nu nog bilateraal worden afgesloten, wil GOPACS deze straks via GOPACS Auctions aanbieden in de vorm van tenders. Daarbij wordt ook bekendgemaakt welke partij de opdracht gegund krijgt.
Volgens Stojakovic kunnen die contracten verschillende looptijden hebben: van een week tot een jaar, of zelfs drie jaar. “Zo doen ze het in Engeland”, zegt hij. Daarmee verschuift GOPACS stap voor stap van maatwerkafspraken naar een marktmodel waarin flexibiliteit opener, voorspelbaarder en beter schaalbaar wordt georganiseerd.
Ruimte creëren
Netcongestie blijft voorlopig nog vooral een kwestie van acute problemen oplossen, erkent Stojakovic. Zeker de komende winter verwacht hij momenten waarop het elektriciteitsnet zwaar op de proef wordt gesteld. Toch is hij optimistisch. “Met alle flex die binnenkort wordt ontsloten, verwacht ik dat we op korte termijn echt ruimte kunnen creëren, voor ondernemers én voor woningbouw.”

















